JetBlue gaat voor ‘interline agreements’

JetBlue maakte vandaag bekend dat het in Icelandair haar nieuwste internationale partner heeft gevonden. Met het bezegelen van de samenwerking wordt het voor reizigers mogelijk (online) één ticket te boeken voor zowel JetBlue- alsmede Icelandair-vluchten. Daarnaast hoeft er nog maar één keer ingecheckt te worden voor de gehele reis. Beide maatschappijen lieten in een gezamenlijke verklaring weten dat de samenwerking er voor zorgt dat er veel nieuwe reismogelijkheden beschikbaar komen. Passagiers van Icelandair, veelal afkomstig uit Scandinavië, het Verenigd Koninkrijk en continentaal Europa, krijgen dankzij de overeenkomst met JetBlue aansluiting op low fares-vluchten binnen de Verenigde Staten en het Caraïbisch gebied.

Icelandair is echter niet de eerste internationale partner van JetBlue. In 2007 baarde de maatschappij opzien door een partnerschap aan te gaan met het Ierse Aer Lingus. Het is voor een low-cost carrier (LCC) namelijk niet gebruikelijk samenwerking te zoeken met andere maatschappijen, al helemaal niet op internationale basis en met een traditionele full service carrier (FSC). Waarom hanteert JetBlue deze strategie?

Doorgaans biedt een LCC geen aansluitende vluchten en wanneer er toch sprake is van een aansluiting, is deze veelal door de reiziger zelf gecreëerd door het boeken van twee (of meerdere) afzonderlijke tickets – waardoor er eveneens meerdere keren moet worden in gecheckt. Van een ‘echte’ aansluiting is dus nauwelijks sprake. Dat JetBlue – als enige low cost carrier – deze dienst nu wél biedt is vooral in het voordeel van de reiziger. Al zal JetBlue er zelf ook garen bij spinnen; voor veel reizigers is het reizen met slechts één ticket aantrekkelijker dan het boeken van losse tickets met alle stress van dien.

Dergelijke ‘interline agreements’ zouden JetBlue dus zomaar eens meer reizigers op kunnen leveren; ook Europese passagiers die in eerste instantie helemaal niet van plan waren met JetBlue te gaan vliegen. Het brengt voor JetBlue per passagier weliswaar meer administratief werk met zich mee (maar daar bestaan tegenwoordig ‘Global Distribution Systems’ voor), het levert wel meer reizigers op.

Inmiddels heeft JetBlue al ‘interline agreements’ met (naast Icelandair) Aer Lingus, El Al, Emirates en LAN. Hoewel de samenwerking tussen een Amerikaanse LCC en een internationale FSC bijzonder is, is er geen sprake van het alom bekende ‘codesharing’. JetBlue en haar partners mogen niet hun eigen vluchtnummers op elkaars vluchten gebruiken en er wordt ook geen mogelijkheid geboden frequent flyer-punten te verzamelen aan boord van elkaars vliegtuigen. Eigenlijk is het enige wat JetBlue haar passagiers extra biedt de aansluiting op internationale vluchten, iets wat andere LCC’s niet doen.

Toch is het opmerkelijk dat niet meer LCC’s de strategie van JetBlue volgen. Voor veel maatschappijen zal het onaantrekkelijk zijn om wijzigingen in het vluchtrooster aan te brengen om een overstap op een internationale vlucht mogelijk te maken. Tevens is het voor een LCC doorgaans niet gebruikelijk om gebruik te maken van dezelfde grote primaire luchthavens waar ook FSC’s gebruik van maken. De kans dat we in Europa bijvoorbeeld Ryanair een samenwerking aan zien gaan met een Amerikaanse FSC is daardoor nagenoeg nihil.

Per 1 juni zal Icelandair haar service naar New York en Boston uitbreiden van één naar twee dagelijkse vluchten. Tevens start op 17 mei de service van Keflavik naar Washington Dulles. Met deze vluchten hebben passagiers een optimale mogelijkheid om hun doorverbinding met JetBlue te boeken. JetBlue biedt dagelijks 700 vluchten naar 64 verschillende bestemmingen, waaronder Chicago, Denver, Fort Lauderdale, Las Vegas, Los Angeles, San Juan en Puerto Rico.

    Reageer

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.